Enkel voor scholen uit Oost-Vlaanderen. Enkel voor leerlingen vanaf de 3de graad. min 8, max 12 lln Door je bloedvaten stroomt een aantal liter bloed (bloedcellen en plasma). Bij de bloedcellen onderscheid je rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes. De rode bloedcellen (RBC) zijn heel klein. Je hebt er ongeveer 5.10 tot de 12de per liter bloed. Witte bloedcellen (WBC) zijn wat groter. Bloedplaatjes zijn de kleinste. Alhoewel de RBC verantwoordelijk zijn voor de kleur van ons bloed kan je ze onmogelijk met het blote oog waarnemen en onderscheiden van WBC en bloedplaatjes.
Omschrijving

Met de microscoop kan je na kleuring van het bloed de afzonderlijke bloedcellen zien en tellen.
Iedereen wil graag zijn bloedgroep kennen: als je bedenkt dat er in Belgiƫ ongeveer jaarlijks 500 000 zakjes bloed gegeven worden, kan je je voorstellen dat er heel veel mensen donor zijn van bloed en veel mensen bloed nodig hebben. Kennis van hun bloedgroep is dus essentieel. Bij ons kan je leren hoe je de bloedgroepen O, A, B en AB kan onderscheiden en hoe je weet of iemand rhesus positief is.
De kennis van de eigen bloedgroep en rhesusfactor is voor iedere mens belangrijk want we kunnen ooit allemaal een bloedtransfusie nodig hebben. De kennis van de rhesusfactor is bovendien ook belangrijk bij zwangere rhesusnegatieve vrouwen.
De bloedgroep en rhesusantigenen worden opgespoord door aan de RBC-specifieke antilichamen toe te voegen. Komt het tot een klontering (agglutinatie) dan kunnen we dat duidelijk zien met het blote oog en zo kennen we de bloedgroep. Wie wenst, kan zijn eigen bloedgroep bepalen.
Dagverloop: Interactief m.b.v. slides, die de samenstelling van het bloed weergeven, wordt uitleg gegeven over bloedcellen, glucosespiegel en de verschillende bloedgroepen. Daarna mogen studenten zelf de bepaling uitvoeren. Aan de hand van de eigen resultaten wordt de theorie nog eens samengevat herhaald.


















